CoachingGeen categorieLifestylePersonal trainingVitaliteit

Hardlopen, is dat een therapie tegen depressie?

hardlopen

Hardlopen en sporten tegen depressie is populair. Runningtherapie is daar een dergelijk voorbeeld van en in dit artikel zullen we de effectiviteit ervan nader bestuderen.

 

Runningtherapie

Als Runningtherapeut ben je de schakel tussen niet-sporten/bewegen enerzijds en deelname aan reguliere sport-/beweegactiviteiten anderzijds, zo mogen we lezen op de website…. Succesvol bewegen heeft neurobiologische en psychologische effecten….. Welke van deze twee mogelijke verklaringsmechanismen het meest bijdraagt aan het gunstige effect van bewegen cg. hardlopen is tot op heden niet met volledige zekerheid te zeggen“, staat op de website. Het vak van runningtherapeut is goed afgekaderd en er wordt vooral nadruk gelegd op de rustige duurloop.

 

Duurloop tegen depressie

Laten we vooropstellen dat er geen onderzoek gepubliceerd is over de effectiviteit van Runningtherapie. We moeten dus afgaan op een generieke wetenschappelijke onderbouwing. Naast een interessante verklaring van een mogelijk werkingsmechanisme en het blijvend promoten van de fabels, dat endorfine zorgt voor het runners high effect en serotoninetekorten de oorzaak van depressie zijn (Healy D 2015), wordt de weg gebaand voor draagvlak voor een onbewezen therapeutische interventie. Toch is er een recent overzichtsartikel (Cooney GM 2013) uit de Cochrane stal, dat de zaak zou kunnen onderbouwen.

 

Exercise is moderately more effective than a control intervention for reducing symptoms of depression, but analysis of methodologically robust trials only shows a smaller effect in favour of exercise. When compared to psychological or pharmacological therapies, exercise appears to be no more effective, though this conclusion is based on a few small trials.

 

De conclusie uit dit overzichtsartikel suggereert dat er een gunstig effect is van sporten en misschien dus ook wel van Runningtherapie. Een nadere bestudering laat echter een aantal problemen zien. Even los van de matige kwaliteit van de beoordeelde experimenten, blijkt dat het gaat om verschillende activiteiten. Het overgrote deel richt zich exclusief op cardio, 4 alleen op kracht en een handjevol een mix van beiden. Laat cardio hier nu de zwakke broeder zijn, met het minste effect t.o.v. krachttraining en de mix van cardio en kracht. Runningtherapie zou hier dus mogelijk van alle beweegvormen het minst effectief kunnen zijn.

 

Overwegingen

Effectiviteitsbepaling van bewegen tegen depressie is per definitie lastig. Allereerst is het niet mogelijk om sporten te blinderen (tenzij we allemaal in The Matrix zitten). Het is dus heel lastig om het effect van bewegen zelf te bepalen en daarom moeten we het afzetten tegen een andere interventie, namelijk cognitieve therapie. Uit hetzelfde Cochrane artikel, blijkt dat sporten net zo goed werkt als cognitieve therapie en farmaceutica. We laten geneesmiddelen hier even buiten beschouwing, maar als we ons concentreren op cognitieve therapie dan is er iets bijzonders over te melden.

 

In een recente meta-analyse (Johnsen TJ 2015) wordt gesuggereerd dat cognitieve therapie tegen depressie steeds minder effectief is. Dat is bijzonder, omdat je zou verwachten dat de ontwikkeling van therapie, juist zou moeten leiden tot steeds effectievere therapieën. Het probleem is dan ook niet dat het effect vermindert of dat het placebo-effect toeneemt zoals sommigen suggereren, maar dat naarmate een therapie volwassener wordt, de kwaliteit van de onderzoeksmethodieken toeneemt. Hoe beter het onderzoek, hoe meer je het effect van de interventie kunt destilleren. Dan blijkt de bijdrage van de therapie veelal kleiner dan aanvankelijk gedacht. Het gegeven dat bewegen net zo goed werkt als cognitieve therapie zegt daarom niet zoveel over bewegen, maar over de kwaliteit van het onderzoek naar bewegen tegen depressie.

 

Uit het Cochrane onderzoek naar sporten tegen depressie, blijkt ook dat de experimenten van matige kwaliteit zijn en dat leidt bijna altijd tot onrealistische uitkomsten, zoals de conclusie dat sporten net zo effectief is als cognitieve therapie. De auteurs gingen daarom over op een aparte analyse op basis van 6 experimenten die van hogere kwaliteit waren. Deze leidde echter tot een niet-significante uitkomst. Als een jonge therapie geen superieur effect laat zien ten opzichte van een goed onderzochte methodiek dan biedt het doorgaans weinig hoop. Nu wordt Runningtherapie doorgaans naast cognitieve therapie gegeven, maar de vraag is of de kosten ook verantwoord kunnen worden. Van cognitieve therapie weten we dat het effect heeft en van sporten krijgen we indicaties dat het niet werkt. Het zou natuurlijk kunnen dat het voor sommigen werkt, maar dan moeten er voorspellingsregels komen om te bepalen voor wie, alvorens je het kunt inzetten. In het algemeen kun je stellen dat bewegen beter helpt tegen depressie dan niets doen. Bewegen is nuttig voor veel zaken en zou daarom gestimuleerd moeten worden. Er is echter geen enkele indicatie, dat Runningtherapie daar iets aan toe gaat voegen, beweegtechnisch of therapeutisch.

 

Conclusie

Runningtherapie is een populaire vorm van sporten tegen depressie. Het bewijs voor een dergelijke interventie is zwak tot volledig afwezig, terwijl de verklaringsmechanismen verre van sluitend zijn en zelfs conflicterend met de wetenschappelijke inzichten. Wat overblijft, is rustig bewegen en de vraag is dan of een cliënt niet gewoon beter af is met een wandeladvies, bij voorkeur in de natuur.

 

 

 

Bron: Chivo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.